Archief voor de Categorie Verleden

Samen alleen

Posted in Verleden on 23 december, 2008 by mindmerle

Het is dezelfde kroeg. De bar is helemaal hetzelfde, de jongeren zijn hetzelfde. Ik herken er zelfs twee. En dat na meer dan tien jaar.
De muziek is ongeveer hetzelfde. Rock, beetje alternatief, maar toch rock. De spiegel hangt anders, maar… het is dezelfde spiegel, met dezelfde goudkleurige lijst die aan het afbladderen is. De barkrukken zullen ook niet veranderd zijn want ik zit er nog net zo niet-lekker op. De eigenaar is wel anders. Er zijn nu jongeren ingetrokken en ik hoor dat de oudere baas van vroeger nog wel eigenaar is van het pand, maar dat hij zich uit de business heeft teruggetrokken. Dezelfde stemmen, zelfs nog dezelfde Wc, weliswaar met een andere bril, maar nog steeds de herkenbare deur, waar gekken en dwazen hun namen in kerfden, of de naam van een geliefde. Ik was ook een dwaas en misschien ben ik dat nog steeds. Als ik mijn handen was, spat het water nog altijd alle kanten op. Is die kraan nou nog steeds niet gemaakt?

Ik bestel hetzelfde als altijd: een jus d’orange. Hij wordt net als eerst gewoon lekker vers geperst. Ik denk dat zelfs dat apparaat nog altijd hetzelfde is. Op zaterdagavond waren er vroeger van tevoren flessen met vers geperste jus. Die maakten ze in de middag al omdat het ‘s avonds veel te druk was om dat op je gemak te verspersen. Nu hebben ze veel meer de tijd want er is veel minder publiek. Er zijn wel verbeteringen aangebracht. Als ik het zo bekijk staan er meer tafeltjes, nu zelfs ook in de hoek. En het grote pluspunt is dat er geen rokers meer zijn. Geen stank meer in mijn kleding en haar. De flesjes bier bovenin zijn ook nog hetzelfde. Zullen ze ooit worden afgestoft?

Een gevoel van melancholie overvalt me. Heel wat uurtjes heb ik hier doorgebracht. Verliefd en in afwachting of hij wel of niet zou komen. Ik betrap mezelf erop dat ik vaak naar de deur kijk. Maar je komt niet binnen. Dat is ook wel een beetje hetzelfde.

Als ik later weer naar de auto loop, zie ik een nieuwe kroeg. Het ziet er gezellig uit en er staan wat mensen buiten te roken. Ik wil naar binnen maar krijg te horen dat het een besloten feest is en dat ik niet naar binnen mag. Iemand naast mij zegt zachtjes dat ik wel van hem naar binnen mag. Ik krijg een koude rilling want ik herken je stem. Je ziet er anders uit. Je haar zit heel anders maar als ik je aankijk zie ik dezelfde ogen. Ogen en stem veranderen niet. Ik zoek in jouw ogen om te kijken of je mij herkent. Nee. Maar misschien is het wel goed zo. De vrouw die mij niet naar binnen wil laten tettert in mijn oren dat ik de man niet moet geloven omdat het toch echt niet openbaar is. Ik wil niet meer naar binnen. Ik kijk nog een keer naar je en je staat erg dichtbij. Ik kijk naar je op, smekend bijna om herkend te worden, maar nee. Ik draai me om en loop weg. Het is dezelfde man, een andere tijd en een andere kroeg. Een gevoel van rust overvalt me. Eigenlijk is dit een mooi eind van iets dat nooit is begonnen.

Tuinpaden

Posted in Verleden on 18 september, 2008 by mindmerle

Mijn hand gaat door de bladeren van de struik en ik snuif hun geur op. Ik ben in mijn geboorteplaats, waar ondertussen veel is veranderd. Mijn ouderlijk huis staat er nog, mijn ouders wonen er nog. Het lijkt een leven lang weg, deze plaats, deze geuren, deze kleuren. Maar als ik daar loop… en ik kijk naar de steegjes waar ik vroeger op mijn fietsje doorheen fietste, nee, racete, zonder te beseffen dat er iemand uit de tuin kon komen en dat er dan een frontale botsing zou kunnen zijn… zonder te weten dat er gevaar is op elke hoek van de straat. Dat het loert vanuit zijn ooghoeken en mij kan vermoerzelen op elk desgewenst moment.

De zon schijnt in mijn ogen en ik hou mijn hand ervoor om ze te beschermen tegen zijn felle stralen. Even zijn mijn ogen in de schaduw, maar ik wil geen schaduw. Ik wil zon. Ik wil dezelfde zon op mijn voorhoofd en op mijn huid voelen, juist hier op deze plek waar ik vroeger ook de zon voelde. Ik loop een steegje in en loop langs de tuin van Karin. Ik vond haar nooit leuk en heb zelden met haar gespeeld. Onlangs is haar moeder overleden. Misschien had ik meer met haar moeten spelen, maar ze was altijd zo bazig en dat vond ik niet leuk. Daarnaast kijk ik uit op de tuin van Marion. Met haar heb ik wel vaak gespeeld en zij had onder haar bed van die lades zitten waar je speelgoed in kon opbergen. Haar moeder was altijd wel een beetje raar, haar vader was aardig, beetje ouderwets misschien. Pasgeleden heeft Marion een kindje gekregen. Ik ben benieuwd hoe het met haar gaat. Dan kom ik langs de tuin van Wesley. Hij was een snotjong (toen al) en ik loop gauw door want ik wil hem eigenlijk niet meer kennen. Na even doorlopen is er de tuin van Petra. Zij was erg leuk, maar toen ik een keer aanbelde om te vragen of ze kwam spelen, bleek dat ze haar verjaardagspartijtje vierde. Ik voelde me best lullig toen ik wel Marion en Karin zag zitten. Maar voor mij deed ze de deur dicht. Sindsdien kan ze de pot op. Trouwens, ik wilde toch al niks meer met haar te maken hebben omdat zij altijd de katten de eetborden schoon lieten likken en ze vervolgens ongewassen in de kast terugzetten. Dan de tuin van Nathalie, zij wilde me onlangs toevoegen op Hyves. Maar ik heb nog niet geaccepteerd. Ik vond haar altijd een jongetje. Ze spuugde altijd op de grond en haar vader was werkeloos maar deed alles en deed heel veel klusjes in de buurt. Volgens mijn ouders was hij een profiteur. Het klonk toen al fout, zelfs toen ik niet echt wist was dat was maar sinds die tijd heb ik besloten dat Nathalie ook niet helemaal fris moest zijn en haar broertje ook niet.

Dan komt het speeltuintje, waar ik vroeger schommelde en waar je nog op een speeltoestel kon wippen, zonder dat je daar verder iets raars bij dacht. In de zandbak ruilde ik blaadjes van de bomen voor hoopjes zand en takjes. Er was een net met klimtouw en je kon er op een hele grote wip zitten, waar je met zijn vieren op kon. Soms ging je, als je op de grond zat met de wip, er ‘per ongeluk expres’ vanaf zodat je de wip liet kletteren. Wist ik veel dat daar ongelukken van konden komen. Vroeger bestond er geen gevaar en geen ongelukken.

Ik herinner me nog het fluitje van papa, geen voetbalfluit, maar zijn eigen fluit. Hij kon erg mooi fluiten en deed dat heel veel en vaak. Hij had gewoon een vibrato in zijn fluit, prachtig was dat. Als we gingen eten, of ik moest binnenkomen, dat floot hij. En ik kwam naar binnen, net als je een hond naar je toe fluit. Hij zal dat nooit zo bedoeld hebben en ik heb dat nooit zo opgevat. Het was gewoon zo. De lantaarnpaal stond vroeger voor mijn raam, ik had altijd het schijnsel van de lamp in mijn slaapkamer. Het had iets vertrouwds. Ik heb vaak op mijn vernsterbank met de raam open gezeten en naar buiten gestaard, naar de sterren kijkend. Venus stak er altijd met al haar stralen bovenuit. Ik haalde haar er feilloos uit. Zelfs in donkere nachten kwam ik haar tegen en ik heb mezelf zovaak afgevraagd: is dit het nou?

Time after time

Posted in Verleden on 19 juli, 2008 by mindmerle

Once, I went to the railwaystation. It had been a while the last time I was in there and I was a bit strange. These days I like long nights and peaceful evenings, but what I saw was the opposite. I saw a man in a suit running to catch his train and I saw a couple kissing each other like they went away for a long time. And there were a lot of people crawling everywhere like little ants…The railwaystation has something magic to me: when I was a little girl, I often went by train with my parents, to see my grand-parents. Those days, we couldn’t afford a car. I still remember myself sitting on the red bank while I was half sleeping. The color yellow will always remind me of the indication signs to see wich train on wich platform…

Today I really felt I wanted to go back in time. I wanted to be again the little girl, take my dad’s hand and the eyes of my mother always on my shoulders. My grandparents are gone a long time now, and meanwhile I have my own car and rarely take the train. I also left my own ‘railwaystations’, like my study in the north of the Netherlands. After that study, I took my ‘train’ to Amsterdam because I wanted to study French. I lived together for a couple of years, but I always felt my train had to move on. I said goodbye, took my things and headed for hapiness towards the south. It would almost be the loneliest trip I ever made, but I got compagny aling the way. And guess what? I think I’m gonna stay here. Gare Terminus.

Mijn moederland

Posted in Verleden on 28 juni, 2008 by mindmerle

De wind waait door mijn haar, en vormt tranen in mijn ogen. Ik kijk naar het water waar de zon over blinkt. Het is fel en ik moet mijn ogen dichtknijpen. Elke keer als ik hier ben overvalt me het verlangen om te blijven. Vogels vliegen op, worden nagekeken door een enkele schaap. De reiger staat op wacht en moeder zwaan schaart haar kinderen bijelkaar.

Mijn jeugd ligt hier, in deze streek. Ik ken de mensen, hun nukken en hun gevoel. De letter ‘n’ die zeker moet worden uitgesproken als het ook maar even kan, ik ken het accent. Hier heeft men het over frikbille en kun je pulletjes zien zwemmen. Hier deed ik mijn eerste stapjes en ging ik voor het eerst naar school. Ik verborg me achter mijn moeders rokken, maar langzaam aan werd dit mijn toneel.

Ik heb het verafschuwt, ik hield er niet van. Ik begreep de mensen niet en zij mij niet. We konden het niet met elkaar vinden en uiteindelijk heeft de zwakste schakel het veld geruimd. Lange tijd heb ik gedacht sommige mensen mij aan dit apart stukje Nederland bonden. Maar dat is het niet alleen, zo voelde ik vandaag. Ondanks dat gebouwen verdwijnen en de mensen veranderen kan ik mijn afkomst niet aanpassen en ik weet:dit is mijn land, mijn moederland, mijn noord-moederland.

l’amitié perdue ou retrouvée?

Posted in Verleden, psychologie on 13 mei, 2008 by mindmerle

Het is een aantal jaar geleden dat ik haar voor het laatst heb gezien en ik ben een tijdje op zoek geweest naar haar, maar ik denk dat ik haar nu gevonden heb. Een oude klasgenoot van vroeger. Ze was mijn vriendin, we hebben heel wat vriendinnengeheimen gedeeld. En opeens verhuisde ze, naar een ander land. Ik heb daarna eigenlijk nooit goed meer andere vriendinnen durven maken, bang dat ze ook zomaar weg zouden gaan. Ik was boos, onredelijk boos, want ik bleef achter en zij ging een nieuw leven tegemoet. Ze schreef me nog een paar brieven, en ze schreef dat ze opeens weer zou verhuizen. Ze schreef haar neiuwe adres erbij. En die brief raakte ik kwijt. Ik kon het nergens meer vinden. Ik nam aan dat zij wel weer zou schrijven. Maar dat deed ze niet, althans, ik heb ze niet ontvangen. Het is wel eens door mijn hoofd gegaan dat mijn moeder de brief onderschept zou kunnen hebben, ze vond haar altijd net iets te brutaal en ze vond haar niet ‘bij mij passen’ als vriendin. We waren ook heel erg anders: ze was erg extravert, ze zei wat ze vond en als je het er niet mee eens was had je pech. Ik was een grijze muis en keek wel tegen haar op. Mijn vriendin zei dat ik niet alles hoefde te vinden wat mijn ouders vonden. Dat was tegen het zere been van mijn moeder. Dus vandaar de gedachte, maar ik kan me niet voorstellen dat ze het daadwerkelijk zou doen.

In mijn studententijd had ik het druk. Met studeren. De beest uithangen deed ik niet echt. Er waren twee medestudentes die wel op Sara leken: de ene in gedrag en de andere in uiterlijk. Ik hield altijd een beetje de boot af, bang dat ze opeens weg zouden gaan uit mijn leven. En net toen ik me bedacht dat dat eigenlijk onzin was en dat ik daar geen levenslang ‘trauma’ van moest maken en gewoon vrienden moest maken, verliet de een van hen de faculteit, begon met een andere studie en zou zeker contact houden. Right… nooit meer iets van gehoord.

Na mijn studie begon het toch wel te knagen en ik probeerde te achterhalen waar ze in eerste instantie had gewoond. Het was zoeken naar een speld in een hooiberg. Met klasgenoten uit die tijd had ik geen contact meer en in die tijd was er nog geen hyves. Ondertussen ging mijn relatie uit, ik ging weer bij mijn ouders wonen en ik snuffelde vaak op zolder om te kijken of ik ergens nog oude brieven kon vinden met een oud adres. Niks meer. Ik gaf het een tijdje op. Tot ik op een avond een liedje hoorde dat we samen eens hadden gezongen toen we aan het kano-varen waren. Ik kreeg spontaan tranen in mijn ogen en besefte me dat ik haar vreselijk miste. Die nacht droomde ik van haar en de volgende dag ging ik na mijn werk het internet op om te speuren. Résultat zéro. De daarop volgende weken bleef ik zoeken tot ik het op een gegeven moment weer opgaf. Ik kreeg al visioenen dat ik op TV bij ‘memories’ te gast was. Maar dat ook zij niets konden vinden. Nachtmerries…

Vorige week heb ik wat mensen uit mijn schooltijd die ik op Hyves heb gevonden, gevraagd of zij nog iets over haar weten, niemand wist het. Toch ga ik zoeken op het internet. En opeens kom ik terecht op een internetsite waar ik haar naam en de naam van haar ouders tegenkom. (deze zijn niet hetzelfde omdat zij de naam van haar echte vader altijd heeft aangehouden en haar moeder heeft de naam van haar nieuwe man aangenomen). Ik heb het bedrijf meteen een mail gestuurd met uitleg wie ik ben en waarom ik mail. Ik wacht vol spanning op antwoord. Zou het haar zijn of zit ik me blij te maken om niks? En hoe zou ze reageren? Zou ze mijn naam nog kennen en zou ze mij ook gemist hebben of zou ze denken ‘God, ja, met haar heb ik ooit nog in de klas gezeten’? Aan de andere kant is het ook wel weer eng… stel dat ze een raar mens is geworden en doet ze uit de hoogte? Of heeft ze ondertussen alles gedaan waar ze vroeger zo op tegen was? (trouwen, kinderen krijgen…) Misschien moet ik het beeld dat ik van haar heb, gewoon koesteren en bewaren. Of zou vriendschap na zoveel jaar onderbreking ook nog een kans hebben?

 

De steen

Posted in Verleden on 30 september, 2007 by mindmerle

Een tijdje terug heb ik van mijn vader een steen gekregen. Het is een steen van mijn kleuterschool. De kleuterschool is pasgeleden afgebroken en ik wilde er een tastbare herinnering aan houden. Ik weet niet uit welk gedeelte van het gebouw de steen komt, maar het symboliseert voor mij een stukje jeugd waar ik niet zo veel meer van weet, maar waarvan ik wel een heel veilig gevoel bij heb. De kleuterschool was vlak bij mijn huis, ik kon er zo lopend heen. Ik moest 2 steegjes door en dan zag ik het al. Eén keer ben ik terug naar huis gekomen. Ik kon de school niet vinden want ik zag niets. Mijn moeder nam me mee aan de hand en zei dat dat wolken waren die naar beneden kwamen omdat de wolken zwaar waren. Mist was helemaal niet eng, het waren gewoon wolken. Ik liet mijn moeders’ hand los en dartelde naar school. Ik vond het heel bijzonder, dat ik in de wolken mocht lopen.

Tijdens mijn kleuterschooltijd werd ik een keer geconfronteerd met mijn eigenzinnigheid, die ik gelukkig nooit ben verloren. Ik mocht een nieuwe jurk aan en ik mocht hem zelf aan doen. Mama zei nog dat ik eerst mijn ondergoed moest aan doen, mijn sokken en mijn bloesje. Daarna pas het jurkje. ‘Ja mama’ dacht ik toen. Maar toen ik op school kwam merkte ik dat ik me wel heel vrij onder mijn jurkje kon bewegen. Ik was mijn broekje vergeten. Gelukkig had juf Lida nog een broekje liggen voor kinderen die een ‘ongelukje’ hadden gehad.

Arme juf Lida… zij was erbij toen ik breathholding had. Dat is een aandoening bij kleine kinderen die het idee hebben dat ze door middel van het inhouden van hun adem hun zin kunnen doordrukken. Ik heb diep respect voor mijn moeder omdat ze er heel goed mee omging en thuis gebeurde het niet veel, maar op de kleuterschool gebeurde het op een dag. Gelukkig had de juf duidelijke instructies gekregen van mijn moeder en kon ze het goed oplossen.

Op de kleuterschool zat ik in de vissengroep. Elk groepje tafeltjes had zijn eigen dieren. Waarom de vissen mij het beste bij zijn gebleven weet ik niet. Misschien vond ik de tekening die boven onze tafeltjes hingen wel het mooiste.

Mocht ik dement worden ooit, komt het misschien terug als ik de steen zie.