Het is dezelfde kroeg. De bar is helemaal hetzelfde, de jongeren zijn hetzelfde. Ik herken er zelfs twee. En dat na meer dan tien jaar.
De muziek is ongeveer hetzelfde. Rock, beetje alternatief, maar toch rock. De spiegel hangt anders, maar… het is dezelfde spiegel, met dezelfde goudkleurige lijst die aan het afbladderen is. De barkrukken zullen ook niet veranderd zijn want ik zit er nog net zo niet-lekker op. De eigenaar is wel anders. Er zijn nu jongeren ingetrokken en ik hoor dat de oudere baas van vroeger nog wel eigenaar is van het pand, maar dat hij zich uit de business heeft teruggetrokken. Dezelfde stemmen, zelfs nog dezelfde Wc, weliswaar met een andere bril, maar nog steeds de herkenbare deur, waar gekken en dwazen hun namen in kerfden, of de naam van een geliefde. Ik was ook een dwaas en misschien ben ik dat nog steeds. Als ik mijn handen was, spat het water nog altijd alle kanten op. Is die kraan nou nog steeds niet gemaakt?
Ik bestel hetzelfde als altijd: een jus d’orange. Hij wordt net als eerst gewoon lekker vers geperst. Ik denk dat zelfs dat apparaat nog altijd hetzelfde is. Op zaterdagavond waren er vroeger van tevoren flessen met vers geperste jus. Die maakten ze in de middag al omdat het ‘s avonds veel te druk was om dat op je gemak te verspersen. Nu hebben ze veel meer de tijd want er is veel minder publiek. Er zijn wel verbeteringen aangebracht. Als ik het zo bekijk staan er meer tafeltjes, nu zelfs ook in de hoek. En het grote pluspunt is dat er geen rokers meer zijn. Geen stank meer in mijn kleding en haar. De flesjes bier bovenin zijn ook nog hetzelfde. Zullen ze ooit worden afgestoft?
Een gevoel van melancholie overvalt me. Heel wat uurtjes heb ik hier doorgebracht. Verliefd en in afwachting of hij wel of niet zou komen. Ik betrap mezelf erop dat ik vaak naar de deur kijk. Maar je komt niet binnen. Dat is ook wel een beetje hetzelfde.
Als ik later weer naar de auto loop, zie ik een nieuwe kroeg. Het ziet er gezellig uit en er staan wat mensen buiten te roken. Ik wil naar binnen maar krijg te horen dat het een besloten feest is en dat ik niet naar binnen mag. Iemand naast mij zegt zachtjes dat ik wel van hem naar binnen mag. Ik krijg een koude rilling want ik herken je stem. Je ziet er anders uit. Je haar zit heel anders maar als ik je aankijk zie ik dezelfde ogen. Ogen en stem veranderen niet. Ik zoek in jouw ogen om te kijken of je mij herkent. Nee. Maar misschien is het wel goed zo. De vrouw die mij niet naar binnen wil laten tettert in mijn oren dat ik de man niet moet geloven omdat het toch echt niet openbaar is. Ik wil niet meer naar binnen. Ik kijk nog een keer naar je en je staat erg dichtbij. Ik kijk naar je op, smekend bijna om herkend te worden, maar nee. Ik draai me om en loop weg. Het is dezelfde man, een andere tijd en een andere kroeg. Een gevoel van rust overvalt me. Eigenlijk is dit een mooi eind van iets dat nooit is begonnen.