Archief voor de Categorie verhalen

Paris, je t’aime d’amour

Posted in verhalen on 6 juli, 2008 by mindmerle

Het was in de Tuileries. Het was lekker warm en ik zat op een stoel in de zon. Ik genoot van de stralen op mijn gezicht. Overal om me heen zag ik mensen. Het is midden in Parijs, maar het was er rustig. Een paar jongens waren aan het voetballen. Anderen zaten aan de fontein, gewoon te genieten. Een stoel verder zat een wat oudere vrouw. Ze viel een beetje op, want ze was erg netjes gekleed en ze was hoogblond. Anderen hier hadden een korte broek aan, of jurkjes. De vrouw keek naar mij. Ik keek naar haar. Ze begon tegen me te praten, in het Engels. Ze kwam uit Canada. Het was haar eerste keer in Parijs en ze vertelde over haar kinderen, die haar de reis cadeau hadden gedaan. Toen ik vroeg of ze hier alleen was, vertelde ze dat een zoon en een dochter mee waren, maar zij waren een middag in een museum en zij wilde liever buiten zijn. Ze zou straks weer teruglopen naar haar hotel, dat in de buurt was. Ik zag de twinkeling in haar ogen. Ik zag de verliefdheid en de betovering. Ze viel als een blok voor Parijs. Dat kon een blinde nog zien. Ze was helemaal ‘overwhelmed’. Ze moest ook nog zoveel dingen doen, maar het ultieme uitzicht vanaf de Eiffeltoren had ze gehad. Toen ik haar vertelde dat ze een beter uitzicht zou hebben op de Tour Montparnasse, keek ze een beetje moeilijk. Er waren teveel dingen die ze nog moest doen en ze wilde niets van haar lijstje schrappen. Ze was helemaal ‘intimidated’.

Ik kan het me nog zo goed herinneren. Parijs bij nacht, de eerste keer. De Périphérique, zomaar een bar, zomaar een huis. Toen de nachttour: Eiffeltoren, Centre Pompidou, Notre Dame. Allemaal in het bleke maanlicht en de lichten van Parijs die je je leven niet vergeet. Parijs werkt als een verslaving. Als je ervan geproefd hebt, wil je meer. ‘Partir, c’est mourir un peu’ zei iemand ooit. Die eerste keer liet ik mijn jeugd achter me. In die eerste nacht Parijs ben ik volwassen geworden. Alle andere keren dat ik Parijs binnenkom rijden, voelt het ergens alsof ik thuiskom. Als ik wegga, laat ik iets van mezelf achter. Ik weet zeker dat de dame ook iets heeft achtergelaten in Parijs. Ik hoop voor haar dat ze nog eens terugkomt. Parijs kun je niet in een paar dagen ontdekken, daar heb je een leven lang voor nodig…

Pesar

Posted in verhalen on 25 juni, 2008 by mindmerle

Donderdag 26 juni 2008, 8h17. Elke dag gaat David naar het perron. Daar heeft hij haar voor het laatst gezien. Elke dag hoopt hij iets terug te vinden. Hij lijkt door niemand gezien te worden, hij loopt alleen in een grijze jas. Perron 7C, 21 passen vanaf de trappen. Ongeveer hier zou de cercanías hebben moeten staan. David gaat zitten op een bank. Mensen lopen langs hem heen, gehaast, anderen rustig aan. Degenen die de tijd hebben zijn meestal de studenten. Een vrouw met een GSM, een man met een aktetas. Het is nu twintig over acht. De trein had al een minuut onderweg moeten zijn. Het signaal klinkt. Het blijft even hangen in Davids hoofd, treft hem als een mokerslag. Waarom was haar trein niet later? Of eerder… waarom heeft hij haar niet tegengehouden? En waarom die ruzie… kon hij haar maar nog zeggen dat het allemaal niet belangrijk was. Waarom zijn Gods wegen zo ondoorgrondelijk? Waarom zij? De trein zet zich langzaam in beweging en rijdt weg van het hoofdstation. Het is 41 maanden geleden en 15 dagen.

Naar de maan en terug

Posted in verhalen on 24 juni, 2008 by mindmerle

Ik lig in bed naast je. Het is al ochtend. Er is echter iets raars aan deze ochtend. Ik hoor jouw ademhaling niet, terwijl ik weet dat er bent. Ik kijk op en gelukkig lig je er inderdaad gewoon. Als ik mijn hand op die van jou leg, krijg ik de schrik van mijn leven. Mijn hart wordt koud. Net zo koud als jouw hand. Mijn lichaam wil niet zo goed meer, maar met veel moeite leg ik mijn hoofd op je schouder, zoals we zo vaak deden toen onze botten nog niet zo stram waren.

Vorige week hadden we een heerlijk feest. Iedereen was er. De kinderen met aanhang en de kleinkinderen, sommigen al met vriendje of vriendinnetje. Ik glimlach bij de gedachte als ik me herinner hoe het is om een allereerste vriendje te hebben. Mijn geheugen is het beste dat ik heb mogen behouden. De rest is versleten of moet met steunkousen bijelkaar gehouden worden. Ik herinner me de eerste keer dat ik jou ontmoette, onze eerste kus, onze eerste ruzie, ons eerste kindje. Vijftig jaar bijelkaar, het is niet niks in deze tijd. Tegenwoordig gaat iedereen maar scheiden als het wat minder gaat, maar ik had geen seconde willen missen. Ik zie nog hoe je daar op het strand stond, je haren in de wind. Wat was ik verliefd op je. Ik denk dat ik toen het allergelukkigst was van heel mijn leven, tegelijkertijd met de geboorte van onze kinderen.

Natuurlijk hebben we de leuke- en minder leuke kanten van het leven gehad. Het overlijden van onze derde kind, onze ouders, jouw zussen en mijn broer. Ik kan me hun stem nog zo goed voor de geest halen, hun geur en hun haarkleur. Ik geloof erin dat we ze na de dood weer zullen zien, in de een of andere vorm. Net zoals ik jou straks weer tegenkom.

Ik kan niet geloven dat ik hier nog lig terwijl jij al weg bent. Verdorie, we hadden een afspraak. Je zou me niet meer alleen laten. Ik leg je hand op mijn schouder, zodat het is alsof we toch nog bijelkaar zijn. Ik huil mijn ogen rood, ik kan niks meer zien door de tranen. Ik geef je een zoen op je voorhoofd, dat net zo koud aanvoelt als je hand. Een traan valt op je wang. Ik hou van je, de rest van mijn leven lang. Dan is het tijd. Zo meteen komt er een eind aan alles wat ik gewend was. Mensen zullen nu keuzes gaan maken voor ons. Voor mij. Even twijfel ik nog als ik de telefoon wil pakken. Nog een keer voel ik je hand. Koud. Geen pols. Ik zucht, wrijf met mijn oude hand door mijn ogen en bel de dokter.