Archief voor de Categorie psychologie

Mooiste mensen 2009

Posted in psychologie on 27 december, 2009 by mindmerle

Natuurlijk zijn mijn vriend en mijn vader de mooiste mannen aller tijden. Maar die ken je wellicht niet. Mijn moeder is uiteraard de mooiste vrouw op aarde, maar ik verwacht ook niet dat die verder heel erg bekend is. Zij zijn om die reden uit de lijst uitgesloten… en om geen enkele andere!

Merle’s Lijst Mooiste Mannen (puur uiterlijk)

1. Patrick Bruel (Franse zanger en acteur en poker-held)

2. Richard Berry (Franse acteur met óók nog eens de meest sexy stem allertijden)

3. Hugh Grant (ja, sorry, ik weet het, maar die ogen…)

4. Stefan Blankenstein (gitarist van Guus Meeuwis)

5. Syb van der Ploeg (die zanger met die krullen van de Kast)

6. Sean Penn (ex van Madonna, regisseur/acteur)

Merle’s Lijst Mooiste Vrouwen (idem uiterlijk)

1. Keira Knightley (onder andere van Pride and Prejudice)

2. Axelle Red (Vlaamse zangeres)

3. Patricia Kaas (Franse zangeres)

4. Amanda Sthers (Franse schrijfster en scenarioschrijfster)

5. Zara Whites (Nederlandse pornoactrice)

6. Debra Messing (Grace in Will and Grace)

Nee!

Posted in psychologie met tags , on 25 november, 2009 by mindmerle

Nee. Het licht wordt gedimt, de lucht wordt zwaarder, het wordt warm, maar ik heb het koud. Mijn ademhaling gaat sneller en ik voel lichte paniek. Nee.

Nee. Een glijbaan is leuk als je kind bent, het lijkt alsof de glijbanen die je na je twintigste neemt, niet meer stoppen. Alleen maar meer naar beneden, als een spiraal, en niet leuk. Nee.

Nee. Als ik wegloop, een arm op mijn schouder, lieve woorden, opbeurend ook maar… is het genoeg? Ik denk het niet, nee.

Nee. Een dag later, nog steeds datzelfde gevoel. Het heeft al minder met toneel te maken, het gaat dieper.  Ja. En ik wil het niet meer.

Nee!

Pietje

Posted in psychologie met tags , , on 25 november, 2009 by mindmerle

Pietje is een grasparkietje. Zolang hij vanuit zijn jonge leventje kan herinneren woont hij in de dierenwinkel, die ene op de hoek. Hij heeft daar een ruime kooi, want de baas van de dierenwinkel vindt het belangrijk dat vogels de ruimte hebben. Pietje kan met zijn buurman kwetteren, maar ook met de mooie vrouwelijke grasparkiet van twee kooien verder. Jantje, zijn buurman, is nogal een opschepper. Hij heeft het er al heel lang over hoe fijn het is om gekocht te worden door échte baasjes. ‘Mensen kijken naar je, en als je ze vertrouwt en als je kunstjes voor ze doet, zoals kusjes geven en over je koppie laten aaien, dan kun je het heel erg naar je zin hebben. Ze geven je speelgoed en als je geluk hebt woon in een hele mooie kooi waar je heel vaak uit mag.’

Jolly, de vrouwelijke grasparkiet van twee kooien verder, waarschuwt Pietje: ‘Ja, maar als je échte baasjes hebt, dan moet je leven zoals zij dat willen. Je moet maar geluk hebben bij wie je terecht komt.’ Ze kijkt een beetje sip als ze dat zegt. Kees, de parkiet van de kooi aan de overkant, heeft Pietje wel eens toegfluistert dat Jolly het paradeparkietje van een familie was. Maar die mensen hadden een klein jongetje, die heel gemeen kon zijn.  Toen hij Jolly een keer hard aan haar mooie staart trok toen ze geen kusje wilde geven, beet ze hem in zijn lip. De baasjes hebben Jolly toen weer teruggebracht naar de winkel.

Pietje weet het allemaal niet zo goed. Aan de ene kant wil hij wel graag echte baasjes hebben, die naar hem kijken als hij kwettert en die om hem lachen als hij zijn kunstjes doet en kusjes geeft, maar aan de andere kant is hij te trots om teruggebracht te willen worden.

Op een dag staat er een kleine familie in de winkel. Ze zijn al een paar keer langs de kooi van Pietje gelopen en zij hadden hem al een paar keer bekeken. Aangemoedigd door Buurman Jantje en zelfs door een twinkeling in de kraaloogjes van Jolly, poetst hij zijn veren extra glad, en gaat wat rechter  zitten dan dat hij normaal doet. Hij kwettert er lustig op los. Het heeft effect. De familie koopt Pietje. Vlak voordat hij in een reiskooitje wordt gestopt, ziet hij Jolly en Jantje met hun vleugeltjes zwaaien en zij kwetteren dat ze achter hem staan en dat vooral moet doen waar hij denkt dat hij goed in is en wat hij leuk vindt om te doen.

De eerste dag bij de familie kwettert Pietje vrolijk. De familie vindt het leuk en heeft inmiddels een middelgrote kooi gekocht voor hem en hij kan zijn draai in zijn nieuwe huis goed vinden. De kinderen van de familie lijken het leuk te vinden om naar hem te kijken en dat moedigt hem aan om vrolijk door te gaan. Hij zingt misschien niet altijd zijn beste lied, want hij is soms nog niet helemaal zo goed bij stem, maar hij weet dat hij het in zich heeft om een heel mooi lied te kunnen kwetteren.

Dan, op een dag, komt de vader ’s morgens als eerste beneden. Pietje zit een beetje zijn stem op te warmen, hij heeft een mooi liedje in gedachten die hij deze ochtend als welkom voor vader wil zingen. Dan doet de vader iets onverwachts. Als hij Pietje aankijkt, zucht hij en schudt hij zijn hoofd. En zucht nog een keer. Dan staat hij op, pakt een donkere doek en legt die over de kooi. Pietje kan nu niet meer de kamer in kijken en instinctief lijkt het nacht te zijn terwijl hij niet moe is. Zijn instinct wint het van hem en langzaam sukkelt hij in slaap.

Opeens wordt de doek van zijn kooi af gehaald en hij ziet de jongste dochter voor zijn kooi staan. Verwachtingsvol kijkt zij Pietje aan en zachtjes begint Pietje te kwetteren. Even mag hij uit zijn kooi en heel even denkt Pietje dat alles weer bij het oude is, tot de moeder thuis komt. Zij zegt iets tegen het meisje in mensentaal en het meisje stopt Pietje weer in de kooi. De moeder legt de doek weer over de kooi. Pietje gaat maar weer slapen terwijl hij droomt van een familie die gezellig op zondagmiddag in de huiskamer zit: vader leest de krant, moeder een damesblad, de zoon een blad over muziek en het meisje zit te handwerken. Allemaal kijken ze af en toe naar Pietje, die vrolijk kwettert. Als ze naar hem kijken, glimlachen ze en gaan vrolijk weer verder waarmee ze bezig zijn. Het is niet het hoogste lied dat Pietje zingt, maar het is wel de manier waarop Pietje van droomt. Hij is een belangrijk onderdeel van het geheel.

Het is maar de vraag of Pietje’s droom werkelijkheid wordt. Want als hij steeds in het donker zit, in een kooi die steeds kleiner lijkt daardoor. Hoe moet hij groeien? Hoe kan hij zingen terwijl zijn kleine geestje denkt dat het nacht is en hij zou moeten slapen? Is een half uurtje van een dag genoeg voor Pietje terwijl er 24 uur in een dag zitten? Kan hij die moed erin houden? Vaak denkt Pietje aan Jolly. Hij had beter naar haar moeten luisteren en zijn veertjes niet zo moeten poetsen. Dan had hij die dag niet gekocht geweest. Maar ja, aan de andere kant zou hij ook nooit weten hoe het is om bij een échte baas te zijn. Is het echt alleen maar een spel? En wie speelt met wie?

Wie ben je?

Posted in psychologie met tags , , on 6 november, 2009 by mindmerle

Ik speel elke dag een rol… ik ben de vriendin van, de dochter van… ik ben werknemer bij een bedrijf… waar ik ook die collega ben en waar ik de helpende hand ben. Maar al die rollen… in welke rol pas ik het beste? Of moet ik het zien als een geheel? Dat ik al die dingen tegelijk ben? Als ik in een winkel sta ben ik een klant, maar op mijn werk help ik ook klanten.

Als klap op de vuurpijl speel ik ook nog als hobby toneel. Daar meet ik me ook nog eens vrijwillig allemaal rollen aan. Zo ben ik eens een gevangene geweest, een werknemer die steeds meer ruimte innam, een circusartiest die aan het solliciteren was en moest ik eens een fiets kopen bij de bakker. Een bakkersfiets… en oh ja, bovendien sprak ik geen woord Frans.

Ik vraag me af in welke rol ik het beste pas. En of ik in de toekomst nog veel andere rollen ga spelen. Welke rollen spelen anderen eigenlijk allemaal en hoe ervaren zij dat?

Onderonsje

Posted in psychologie on 16 januari, 2009 by mindmerle

Ik loop over het strand, mijn spieren doen pijn. Het zand is rul en met moeite ga ik vooruit, mijn gewrichten doen pijn maar ik zet door. Ironie… ik ben geen 18 meer, maar 81. Dan zie ik haar en komt ze me in de verte tegemoet. God, wat ik slank toen ik 18 was, gaat het door me heen. Dat truitje stond me toen eigenlijk heel erg leuk. Toch voel ik de woede in mij opkomen. Als ze bijna bij mij is, zelfs bijna voor me staat, haal ik uit. Ik zie de verrassing in haar ogen als mijn vlakke hand tegen haar wang aan knalt. Ze is verbijsterd en kijkt me niet-begrijpend aan. ‘Dit is voor deze afgelopen avond, omdat je deze keer niet hebt gedaan wat je hart je heeft ingegeven. Het heeft je toekomst drastisch veranderd en je wordt bedankt,’ bijt ik haar toe. Meteen wens ik dat ik niet zo hard had geslagen. Mijn vingers komen als rode striemen in haar wang te staan.

Even ben ik bang dat ik ook de volle laag krijg, maar ze pakt mijn hand en legt die tegen haar wang, de andere kant nu. Ze herstelt zich snel. ‘Sla me dan nog maar een keer,’ zegt ze zachtjes,’ want ik denk dat ik nog vaker mijn hart niet volg, maar mijn verstand’. Ik ben sprakeloos. Waarom is ze niet boos, waarom slaat ze niet terug, vraag ik me af en ik kijk in haar ogen.

‘Toe maar, sla me nog maar een keer’, moedigt ze me zelfs aan. ‘Ik ben me heel bewust van de keuze die ik vanavond had, en mijn eerste ingeving was om ervoor te gaan, maar ik heb het niet gedaan. Als ik het wel had gedaan, dan zou jij nu een heel ander persoon zijn geweest, daar ben ik van overtuigd. Maar als ik zo naar je kijk: 81 jaar, niet zo veel rimpels in je gezicht, een twinkeling in je ogen, nette kleding, dan denk ik dat we het niet zo slecht hebben gedaan. Ik weet wat je hebt meegemaakt en natuurlijk had het anders kunnen zijn. Maar als ik deze keuze van deze avond niet had gemaakt dan stonden we nu niet zo tegenover elkaar.’

Dit meisje verbaast me. Wat is ze verstandig. Samen zitten we wat in het zand, tekenen we huisjes en hartjes, wetend dat er in de morgen niets meer van over is omdat het water onze vingerafdrukken tot zich heeft genomen. Ze vertelt me over wat ze wil doen en ik herinner me mijn jeugdwensen weer. Vergeten namen komen weer bovendrijven en anderen waren lang niet zo belangrijk als dat ik in mijn herinnering had. Als ik vertel wat ik heb gedaan troost ze me als ik het moeilijk heb.

Tegen de ochtendschemering nemen we afscheid. Ze biedt me aan om weg te brengen, maar het is niet nodig. Ik omhels haar stevig, kus haar vier keer op de wangen en weet dat ik haar niet meer zal zien. Ik wuif haar na en ze kijkt vier keer om.

Als ik haar niet meer zie, wacht ik twee volle weken, ik ben dan 82. Dan loop ik het water zover in zodat de stroom mij mee kan voeren…

Misschien… misschien niet

Posted in psychologie on 10 juli, 2008 by mindmerle

Wat is angst? In veel opzichten ben ik ‘net’ een normale vrouw: spinnen zijn eng want ze kunnen zo je tenen eraf bijten, maar aan de andere kant: muisjes zijn wel weer lief. Mensen kunnen wel een geintje met me uithalen en ik ben niet zo’n miep dat als ergens het woordje ‘tiet’ valt dat ik meteen een advocaat zal bellen. Dus bang voor dat soort conversaties ben ik ook niet. Ik ben eigenlijk niet zo bang aangelegd.

Ik denk dat mijn grootste angst is dat er iets met mijn partner gebeurt, of met mijn ouders. Maar nog erger, en daarin zullen velen zich herkennen, is een de angst om alleen over te blijven. Voor mij geen eeuwig leven, geen drankje om mijn leven een flink aantal jaren op te krikken. Als het mijn tijd is, kan ik er toch niets aan veranderen, dan moet dat gewoon zo zijn. Mijn grote angst is echter wel, dat als ik dood ben, of liever gezegd, nog net voordat ik dood ben…, niemand mij meer kent. Mijn ouders weg, mijn partner weg, neefjes en nichtjes, ooms en tantes… niemand die kan vertellen over wie ik ben en wat ik belangrijk vond in het leven. Dat ik liedje nummer 5 van de cd van filmmuziek van Amélie graag wil laten horen als ik dood ben, en dat dat stukje viool daarin eigenlijk het mooiste is,  wat nou eigenlijk de reden dat ik Frans ben gaan studeren ooit en sindsdien geen dag zonder ‘Frans’ te hebben geleefd, of dat niemand weet waarom ik zo van de muziek van Sting hou en dat ik Ramses Shaffy geweldig vind… En dat er maar weinig mensen zijn van wie ik kriebels krijg als ik ze alleen maar hoor praten. Of waarom deze weblog Merle heet en waar ik dat vandaan heb gehaald… of dat niemand weet dat ik liever melk drink dan alcohol en dat ik een wat grotere moedervlek op mijn rechterheup heb zitten waaraan mensen mij kunnen herkennen mocht ik ooit als lijk geïdentificeerd moeten worden.

Of misschien omdat niemand dan weet dat ik emotioneel kan worden van een schilderij, een boek of een foto.  Of dat ik er niet tegen kan als ik een man op TV zie huilen of in het echte leven, omdat ik de neiging heb oim mee te huilen.  Of waarom ik spullen per se wil bewaren omdat ik bang ben een stukje van mezelf weg te gooien. En onder welke boom ik graag wil dat de helft van mijn as wordt uitgestrooid, en de andere helft op een broeierige nazomerdag van de Eiffeltoren mag worden verstrooid. En mochten mijn partners en/of ouders nog leven mogen zij natuurlijk ook een deel houden, zodat ik toch bij ze ben.

Als ik morgen dood ga, weten veel mensen niet wie ik écht ben. Ach, misschien beter zo. Dan heb ik toch iets voor mezelf… :)

La vita è bella

Posted in psychologie on 9 juli, 2008 by mindmerle

Ik heb het warm, heel erg warm. Ik stap de sauna uit en loop naar mijn stapeltje kleding dat ik al heb klaargelegd. Ik smeer me in met een of ander lekker ruikend smeersel. Ik kleed me aan en fohn een beetje mijn haren. Ik stap in de auto en zet de muziek hard aan. Ik kan niet meezingen, maar lalala heel hard mee. De muziek is opzwepend en ik wil de wind voelen. Ik draai mijn raam open en steek mijn hand naar buiten. Het regent. Ik draai mijn raam helemaal open en lalala naar de auto naast me. De man blijft recht voor zich uit staren en doet alsof hij mij niet ziet. Ik zet de muziek wat harder. Stoplicht. Nog harder. Mijn keel doet pijn, maar ik blijf doorgaan. Ik voel dat de regen op mijn dijbeen terecht komt. Het kan me niks schelen. Het is de natuur en de regen voelt fijn. Ik hou mijn hoofd een stukje uit het raam en besef me dat ik leef. Ik weet niet of het door de regen komt. Misschien de muziek. Het kan me niet schelen maar ik leef.

Ik leef.

Sois comme Dieu

Posted in psychologie on 6 juli, 2008 by mindmerle

Je sais pas, ce que je voudrais te dire

Je sais pas, ce que je voudrais de toi

Je sais pas, ce que tu veux de moi

Est-ce ta voix

Qui m’a rendu folle

Est-ce ma propre voix

Qui m’a rendu folle

Je ne veux pas que ça s’arrête

Mais ça ne pouvait pas continuer ainsi

Je n’ai jamais voulu provoquer

Quoi que ce soit

Dans nos idées, on était deux esprits libres

Mais on est deux esprits prisonnées

Gardons surtout nos esprits télépathiques

Tu seras dans mon coeur

L’oiseau

Posted in psychologie on 5 juli, 2008 by mindmerle

De vogel komt uit zijn ei

En wordt gevoed door de ouders

De vogel zit in het nestje en ziet

Elke dag zijn ouders wegvliegen

En weer terugkomen met eten

Alles wat hij hoeft te doen

Is wachten, eten en slapen

Tot op een dag

Er een onfeilbaar verlangen

Wordt aangewakkerd om weg te gaan

Ondanks dat het nestje lekker warm is

En er elke dag eten is

De vogel vliegt ondanks deze zekerheden toch uit

Om de wereld in te vliegen

Vol gevaar

Hij kan worden opgegeten door een poes,

Worden neergeschoten of, als er een valse start is,

Gewoon niet verder komen dan de eerste paar takken

Om dan meteen neer te vallen om niet meer op te staan

Maar meestal spreidt hij zijn vleugeltjes en vliegt weg

Skyhigh

En toch…

Zou de vogel ooit niet een seconde terugverlangen

Naar zijn warme nestje

En zijn ouders

Die hem onvoorwaardelijk elke dag

Een wormpje kwamen brengen?

Le lit

Posted in psychologie on 3 juli, 2008 by mindmerle

Dormir sert maintenant à oublier

Quand je dors, je me rend compte de rien

Et ça me rend heureuse

J’étais sur le fil de qui-vive

Et la vie m’a rejeté sur terre

Je t’en supplie

Laisse-moi dormir