Onderonsje

Ik loop over het strand, mijn spieren doen pijn. Het zand is rul en met moeite ga ik vooruit, mijn gewrichten doen pijn maar ik zet door. Ironie… ik ben geen 18 meer, maar 81. Dan zie ik haar en komt ze me in de verte tegemoet. God, wat ik slank toen ik 18 was, gaat het door me heen. Dat truitje stond me toen eigenlijk heel erg leuk. Toch voel ik de woede in mij opkomen. Als ze bijna bij mij is, zelfs bijna voor me staat, haal ik uit. Ik zie de verrassing in haar ogen als mijn vlakke hand tegen haar wang aan knalt. Ze is verbijsterd en kijkt me niet-begrijpend aan. ‘Dit is voor deze afgelopen avond, omdat je deze keer niet hebt gedaan wat je hart je heeft ingegeven. Het heeft je toekomst drastisch veranderd en je wordt bedankt,’ bijt ik haar toe. Meteen wens ik dat ik niet zo hard had geslagen. Mijn vingers komen als rode striemen in haar wang te staan.

Even ben ik bang dat ik ook de volle laag krijg, maar ze pakt mijn hand en legt die tegen haar wang, de andere kant nu. Ze herstelt zich snel. ‘Sla me dan nog maar een keer,’ zegt ze zachtjes,’ want ik denk dat ik nog vaker mijn hart niet volg, maar mijn verstand’. Ik ben sprakeloos. Waarom is ze niet boos, waarom slaat ze niet terug, vraag ik me af en ik kijk in haar ogen.

‘Toe maar, sla me nog maar een keer’, moedigt ze me zelfs aan. ‘Ik ben me heel bewust van de keuze die ik vanavond had, en mijn eerste ingeving was om ervoor te gaan, maar ik heb het niet gedaan. Als ik het wel had gedaan, dan zou jij nu een heel ander persoon zijn geweest, daar ben ik van overtuigd. Maar als ik zo naar je kijk: 81 jaar, niet zo veel rimpels in je gezicht, een twinkeling in je ogen, nette kleding, dan denk ik dat we het niet zo slecht hebben gedaan. Ik weet wat je hebt meegemaakt en natuurlijk had het anders kunnen zijn. Maar als ik deze keuze van deze avond niet had gemaakt dan stonden we nu niet zo tegenover elkaar.’

Dit meisje verbaast me. Wat is ze verstandig. Samen zitten we wat in het zand, tekenen we huisjes en hartjes, wetend dat er in de morgen niets meer van over is omdat het water onze vingerafdrukken tot zich heeft genomen. Ze vertelt me over wat ze wil doen en ik herinner me mijn jeugdwensen weer. Vergeten namen komen weer bovendrijven en anderen waren lang niet zo belangrijk als dat ik in mijn herinnering had. Als ik vertel wat ik heb gedaan troost ze me als ik het moeilijk heb.

Tegen de ochtendschemering nemen we afscheid. Ze biedt me aan om weg te brengen, maar het is niet nodig. Ik omhels haar stevig, kus haar vier keer op de wangen en weet dat ik haar niet meer zal zien. Ik wuif haar na en ze kijkt vier keer om.

Als ik haar niet meer zie, wacht ik twee volle weken, ik ben dan 82. Dan loop ik het water zover in zodat de stroom mij mee kan voeren…

Reageer