Boa vinda, pérola
Je ogen kijken mee over mijn schouders. Ik voel je adem in mijn nek. Ergens voelt het goed, maar ook weer niet. Is het alleen nieuwsgierigheid? Het is alsof een kind weet dat ze geen snoepje mag pakken omdat ze zo gaat eten, maar het toch stiekem pakt. Een kind kan ervan genieten zonder dat ze beseft dat het eigenlijk iets doet dat niet mag. Maar mag ik dat ook? Iets kan wel lekker proeven, heerlijk smaken zelfs, maar dat rechtvaardigt niet dat het ook goed ís.
Ook als het goed voelt in eerste instantie. Ik probeer erachter te komen waarom het juist bij mij komt. Ben ik verwend als ik meer wil dan ik nu heb? Was ik blind omdat ik blijkbaar iets zocht wat ik nog niet had? En wat is dat dan? Waarom heb ik het dan niet eerder gemist? Ergens diep in mijn binnenste smeult een vuurtje en zachtjes blaas je er tegen aan. Het wordt aangewakkerd en soms vlamt het op, om daarna weer zachtjes te laten smeulen.
Dat zijn de momenten dat ik je adem niet direct voel, maar bij een windvlaag in mijn gezicht komt het besef weer aanwaaien. En waarom? Ik ken je niet, je laat je niet echt goed kennen. Oppervlakkig, en vrij anoniem maar tussen de regels door leer ik je kennen. Door de manier van vragen stellen heb ik het vermoeden dat je gevangen zit, dat er iemand boven jou uit torent, ongelijke verhoudingen wellicht. Misschien zit ik er naast, ik weet het niet.
Niemand is compleet wit, er zijn altijd vlekken… sommigen grijs, anderen zwart. Een deel van mij rechtvaardigt het door te zeggen dat het goed voelt DUS goed is, een ander deel ziet de ‘schade’ die het kan aanrichten. Ik ben nu al grenzen aan het verleggen door je letterlijk in huis te halen… geduld is wellicht een schone zaak, caro.