Iemand op TV had het over zijn grote angst. Ik ben toen gaan nadenken over wat mijn grootste angst is. In veel opzichten ben ik net een normale vrouw: spinnen zijn eng want ze kunnen zo je tenen eraf bijten, maar aan de andere kant: muisjes zijn wel weer lief. Mensen kunnen wel een geintje met me uithalen en ik ben niet zo’n miep dat als ergens het woordje ‘tiet’ valt dat ik meteen mijn advocaat zal bellen. Dus bang voor dat soort conversaties ben ik ook niet. Ik ben eigenlijk niet zo bang aangelegd.
Ik denk dat mijn grootste angst is dat er iets met mijn partner gebeurt, of met mijn ouders. Maar nog erger, en daarin zullen velen zich herkennen, is een de angst om alleen over te blijven. Voor mij geen eeuwig leven, geen drankje om mijn leven een flink aantal jaren op te krikkken. Als het mijn tijd is, kan ik er toch niets aan veranderen, dan moet dat gewoon zo zijn. Mijn grote angst is echter wel, dat als ik dood ben, of liever gezegd, nog net voordat ik dood ben…, niemand mij meer kent. Mijn ouders weg, mijn partner weg, neefjes en nichtjes wel, ooms en tantes… niemand die kan vertellen over wie ik ben en wat ik belangrijk vond in het leven. Dat ik kriebels kreeg als ik mijn hand in een grote zak met graankorrels steek om er doorheen te woelen, dat ik liedje nummer 5 van de cd van filmmuziek van Amélie graag wil laten horen als ik dood ben, de reden dat ik Frans ben gaan studeren ooit en sindsdien geen dag zonder ‘Frans’ te hebben geleefd, of dat niemand weet waarom ik zo van de muziek van Sting hou. En dat er maar weinig mensen zijn van wie ik kriebels krijg als ik ze alleen maar hoor praten. Die personen zijn Richard Berry (Franse ateur), Sting en iemand die ik praktisch vanwege mijn werk elke dag spreek. Of waarom deze weblog Merle heet en waar ik dat vandaan heb gehaald… of dat niemand weet dat ik liever melk drink dan alcohol en dat ik een wat grotere moedervlek op mijn rechterheup heb zitten waaraan mensen mij kunnen herkennen mocht ik ooit geïdentificeerd moeten worden.
Of misschien omdat niemand dan weet dat ik emotioneel kan worden van een schilderij, een boek of een foto. Er hoeft maar een klein dingetje te zijn wat me in het hart raakt en ik moet een traan wegslikken. Of dat ik er niet tegen kan als ik een man op TV zie huilen of in het echte leven, omdat ik dan mezelf moet inhouden om niet mee te gaan huilen. Of waarom ik spullen per se wil bewaren omdat ik bang ben een stukje herinnering weg te gooien, herinneringen aan mijn jeugd, aan andere tijden, wellicht betere tijden. Dat elke keer als ik iets weggooi, ik een stukje van mezelf weggooi.
Misschien, als ik morgen dood ga, weten veel mensen niet wie ik écht ben. Ik heb het wel geprobeerd om mijn mening of opvattingen écht duidelijk te maken en het is zo moeilijk om bijvoorbeeld je moeder daar pijn mee te doen.
Niemand zal dan weten dat het aantal keer dat ik op één avond kan klaarkomen op 14 keer ligt. En dat ik vast nog wel een 15e keer kon komen, maar dat ik op het laatst niet eens meer kon voelen of ik wel- of niet kwam omdat het zo gevoelig werd. Of dat ik ook wel een beetje op vrouwen kan vallen en vaak aan een lesbisch duo of trio denk om mezelf te stimuleren.
Misschien kunnen dit soort dingen dan ook maar beter meegaan in mijn graf. Maar misschien ook niet…